Pagina's

woensdag 18 juli 2018

Gedichten

De zomeravondzang is een fenomeen in Katwijk aan Zee. Vandaag 18 juli mocht ik de avond verzorgen. Ik las er een aantal gedichten. Hieronder kunt u ze lezen.

Het thema van het uur was Stilte.


De stilte                                                                                             C. S. Adama van Scheltema

Min de stilte in uw wezen,
 Zoek de stilte die bezielt,
Zij die alle stilte vreezen
Hebben nooit hun hart gelezen,
 Hebben nooit geknield.

Draag uw kleinen levenszegen
 Naar het droomenlooze land,
Lijk de golve' heur oogst bewegen -
Tot zij zachtjes breken tegen
 Het doodstille strand.

Zie den boom de paden tooien
 Rondom zijnen stillen voet,
Laat uw ziel zich zoo ontplooien
En haar bloemen om zich strooien
 Uit een vroom gemoed.

Leer u aan de stilte laven:
 Waar het leven u geleidt -
Zij is uwe veil'ge haven,
Want zij is de groote gave
 Van de Eeuwigheid.

Sluit de stilte in uw gaarde,
 Wees in haar gelukkig kind:
Al wie ze aan haar schoot vergaarde -
 Alle zaligen op aarde

 Hebben haar bemind.




Stilte.                                    W. Barnard
Zolang er nog ergens iemand bestaat
met wie ik als mens kan spreken
vind ik ook wel de stilte
midden op de straat
een stilte die niemand kan breken.

Een kostbare stilte van zuiver glas
dat ik zelf
met mijn stem heb geslepen
als ik er niet was
had niemand die stilte begrepen.

Maar als Hij er niet was
en Zijn stem was er niet
dan was er van stilte geen sprake.
Alleen maar van zwijgen
zo hard als graniet
en dat kan je doodeenzaam maken.
Maar de stilte,
dit is een tweestemmig lied
waarin God en de mens elkaar raken.



Inge Lievaart



H. Bouma




Nicolaas Beets
DE MOERBEITOPPEN RUISCHTEN
  'De moerbeitoppen ruischten;'
          God ging voorbij;
    Neen, niet voorbij, hij toefde;
    Hij wist wat ik behoefde,
          En sprak tot mij;

    Sprak tot mij in de stille,
          De stille nacht;
    Gedachten, die mij kwelden,
    Vervolgden en onstelden,
          Verdreef hij zacht.

    Hij liet zijn vrede dalen
          Op ziel en zin;
    'k Voelde in zijn' vaderarmen
    Mij koestren en beschermen,
          En sluimerde in.

    De morgen, die mij wekte
          Begroette ik blij.
    Ik had zo zacht geslapen,
    En Gij, mijn Schild en Wapen,
          Waart nog nabij






Elia, een lied

Gij gaat voorbij. Een grote ademtocht,
alles wat vastomlijnd leek staat te beven –
In de emotie heb ik U gezocht,
Gij waart er niet. Niets dan mijn eigen leven.

En de ontreddering ging voor U uit,
het vuur als Uw heraut vooruitgezonden –
Ik bleef alleen in mijn eenzelvigheid,
tot niemand onzer komt Gij onomwonden.

En dan, als niets meer spreekt, alles blijft stom,
achter een sluier soms, uit een stil midden
is er een stem. Gij spreekt, maar andersom:
als ik niets hoor, als ik niets weet te bidden.


W. Barnard


Stilte                 W. de Mérode



Geen opmerkingen:

Een reactie posten